Liever aangifte doen dan huishouden
Vanaf 1 maart tot 1 mei kunnen miljoenen Nederlanders hun belastingaangifte doen. Een meerderheid van de Nederlanders vindt het een eenvoudig klusje. Eén op de drie is er zelfs minder dan een half uur mee bezig. Het is een hele verbetering ten opzichte van een jaar geleden. In een eerder onderzoek van de fiscus gaf nog een kwart van de particulieren aan er een half uur aan te besteden. En een andere verbetering: zeven op de tien particulieren zegt de belastingaangifte achteraf eenvoudiger te vinden dan dat hij dacht. Een jaar geleden gold dat nog voor 64%.
Ook ondernemers vinden belastingaangifte doen niet vervelend. Ongeveer een derde dient de aangifte zelf in. De top vijf aftrekposten en aftrekbare kosten bij ondernemers is:
Zelfstandigenaftrek (64,5%)
Kantoorkosten of werkplaatskosten zoals huur, onderhoud en inrichting (50,6%)
Startersaftrek (46%)
Autokosten (44,4%)
Reiskosten zoals openbaar vervoer en fiets (38,3%)
In verband met de start van de indiening van de aangifte IB heeft de Belastingdienst een aantal brieven verstuurd om belastingplichtigen attent te maken op dingen waar zij tegen aan kunnen lopen.
Fiscale partners Belastingplichtigen die in 2018 een fiscale partner hadden, ontvangen een brief waarin wordt uitgelegd wat het voordeel is van samen aangifte inkomstenbelasting doen.
Scheiding Belastingplichtigen (43.000) die in 2018 zijn gescheiden krijgen een brief met tips voor het invullen van de aangifte. Met name als een partner in de eigen woning blijft wonen krijgt de aandacht.
Restant PGA Belastingplichtigen die nog een restant persoonsgebonden aftrek hebben uit een eerdere jaren, krijgen ook een brief. Hierin wordt uitgelegd hoe het restant bedrag in de aangifte 2018 kan worden ingevuld.
Afkoop lijfrente Belastingplichtigen die in 2018 een lijfrenteproduct hebben afgekocht krijgen een brief hoe zij deze afkoop moeten verwerken in de aangifte. Vaak moet ook revisierente worden betaald.
Inkomensverklaring Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen die voor het aangiftejaar 2016 en/of 2017 geen inkomensverklaring hebben ingestuurd, krijgen een brief van de Belastingdienst. Hierin wordt verzocht om alsnog binnen zes weken de inkomensverklaringen op te sturen. In dat geval wordt men alsnog als kwalificerend buitenlands belastingplichtige aangemerkt.
Bron: Belastingdienst/AD, 28-02-2019

In 2002 overlijdt een zus van belastingplichtige. Samen met zijn drie andere zussen is hij tot erfgenaam benoemd. In 1995 is de moeder van de vijf erfgenamen overleden. Uit haar nalatenschap blijkt dat zij een bankrekening had in Zwitserland. De drie zussen hebben na het overlijden van hun zus gebruik gemaakt van de inkeerregeling. Op basis daarvan komt de inspecteur tot de conclusie dat de nalatenschap van de overleden zus hoger was dan is aangegeven. De inspecteur heeft daarom een navorderingsaanslag opgelegd aan de broer.
Twee procedures betroffen de mbo-opleidingen Commercieel Medewerker Marketing en Communicatie (CMMC) en de beroepsopleiding Commercieel Medewerker Binnendienst (CMB) op niveau 4. Het belangrijkste bezwaar van de inspecteur tegen het claimen van afdrachtvermindering voor deze opleidingen: op de praktijkovereenkomsten (POK’s) van de desbetreffende werknemers is niet de gevolgde beroepspraktijkvorming vermeld. De gehele beroepsopleiding is vermeld terwijl slechts drie deelopleidingen zijn gevolgd. Verder voerde de inspecteur aan dat het in de POK’s vermelde aantal uren (800) niet is te herleiden tot de gevolgde deelcertificaten. De onderwijs- en examenregeling van Vak & Werk School vermeldt voor de onderscheidenlijk drie deelkwalificaties een aantal normatieve uren van 945. Ook is een totaal aantal uren vermeld, maar niet de verdeling daarvan over de kalenderjaren. Volgens het hof en de Hoge Raad staat deze combinatie van onvolkomenheden een doelmatige controle door de Belastingdienst in de weg en bestaat daarom geen recht op de afdrachtvermindering.
In deze zaak had een bv minder belasting afgedragen dan zij was verschuldigd, waarna de ontvanger de bestuurder van deze bv aansprakelijk stelde. De Hoge Raad oordeelde echter dat de bestuurdersaansprakelijkstelling niet terecht was. Er was geen sprake geweest van grove schuld of opzet en bovendien had de bv tijdig – namelijk binnen twee weken na de vervaldatum van de aanslag – melding gemaakt van de betalingsonmacht. Omdat de ontvanger geen andere bewijsmiddelen had om te bewijzen dat er sprake was van onbehoorlijk bestuur, vernietigde de Hoge Raad de beschikking tot bestuurdersaansprakelijkstelling.
In de onderhavige procedure heeft de werknemer in eerste aanleg veroordeling gevorderd van de ex-werkgever tot betaling van -onder meer- onbetaald gebleven verblijfkosten.
Een man kocht in 2009 samen met zijn echtgenote een luxe vrijstaande woning in A. In de gemeentelijke basisadministratie stond de man evenals zijn vrouw ingeschreven in B, waar de man ook een woning had. Na aankoop van de woning in A liet hij zich daar inschrijven. Desondanks weigerde de inspecteur de aftrek van canons met betrekking tot de woning in A, want volgens hem was de luxe woning geen hoofdverblijf, zoals is vereist voor aftrek van canons.
Met het wetsvoorstel wil men een duidelijke en eenvoudige regeling bieden met passende waarborgen voor vennoten en schuldeisers. Volgens het wetsvoorstel komen er twee rechtsvormen, de vennootschap en de commanditaire vennootschap. Beide rechtsvormen kunnen voor zowel beroeps- als bedrijfsactiviteiten worden gebruikt. De regeling kan op zowel een ‘stille’ als een ‘openbare’ vennootschap worden toegepast. De vennootschap ontstaat net als nu door een overeenkomst tussen de beoogde vennoten, die elkaar verplichten tot inbreng, met als doel om gezamenlijk voordeel te halen. Het is niet meer nodig om een akte op te maken. Met de nieuwe regeling komt een einde aan het afgescheiden vermogen, door te voorzien in rechtspersoonlijkheid voor alle vennootschappen. Vennoten zijn verplicht om jegens elkaar verantwoording af te leggen over het bestuur van de vennootschap en het beheer van het vermogen. De wettelijke regeling maakt het eenvoudiger om toe- en uit te treden, op basis van de bestaande vennootschapsovereenkomst. Een uittredende vennoot is vanaf 5 jaar na uittreding bevrijd van de verplichtingen richting derden. Een toetredende vennoot wordt pas na toetreden aansprakelijk voor opeisbare vorderingen. Vennoten zullen ook profiteren van het ontstaan van rechtspersoonlijkheid bij het aangaan van een vennootschap. Rechtspersoonlijkheid faciliteert het toe- en uitreden van vennoten en zorgt ervoor dat goederen eenvoudig aan de vennootschap kunnen worden overgedragen. Derden kunnen vorderingen zowel op de vennootschap als op de individuele vennoten verhalen voor zover aannemelijk is dat de vennootschap de schuld niet zal voldoen, ongeacht of sprake is van beroeps- of bedrijfsactiviteiten. Het einde van de vennootschap is eveneens verduidelijkt.
In 2018 hadden personen van 15 tot 75 jaar met een Nederlandse achtergrond met 69,1% het vaakst betaald werk. Daarna volgden personen met een westerse achtergrond (66,5%) en een niet-westerse migratieachtergrond (60,9%). Tijdens de economische crisis nam de arbeidsparticipatie van personen met een niet-westerse migratieachtergrond relatief veel af, waardoor het verschil met de groep met een Nederlandse achtergrond groter werd (55,2 procent versus 66,5 procent, 2014).
Om de doelstelling van 20% minder verpakkingsmateriaal te realiseren, wordt gestart met projecten met leveranciers van groenten en fruit. Binnen dit project wordt opnieuw gekeken naar verpakkingsmateriaal. De belangrijkste vraag is wat de functie is van de verpakking. Waar het mogelijk is en ook de duurzame oplossing is, zal verpakkingsmateriaal aanzienlijk verminderen.
In deze zaak was een man bestuurder en enig aandeelhouder van een holding-bv met twee dochter-bv’s. Ook had hij de feitelijke leiding over één van de dochter-bv’s, die personeel uitleende aan haar zuster-bv. Deze zuster-bv betaalde vervolgens haar rekeningen niet, zodat de uitlener de loonheffingen en btw niet kon betalen. Volgens de Belastingdienst was hier sprake van een plofconstructie: de man zou bewust het risico hebben gelopen dat zijn bv’s te weinig belasting zouden afdragen. Daarom wilde de fiscus de man strafrechtelijk vervolgen.