Niks doen leidt niet meteen tot prijsgeven pensioenaanspraak
In deze zaak had een dga op grond van de pensioenregeling met zijn bv vanaf 1 mei 2013 recht op een jaarlijkse pensioenuitkering van € 57.327. De bv betaalde in 2013 echter geen pensioen uit en de dga vermeldde in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2013 niets over pensioen van zijn bv. Vervolgens nam de inspecteur met betrekking tot 2013 een tijdsevenredig deel van het pensioen in aanmerking bij de dga. Hof Den Haag vond dit terecht, want volgens het hof had de dga zijn pensioenaanspraak in 2013 door niets te doen prijsgegeven, waardoor de gehele aanspraak in 2013 was belast.
Maar de Hoge Raad oordeelde anders. Volgens de Hoge Raad is het feit dat de dga geen actie heeft ondernomen met betrekking tot zijn pensioen onvoldoende reden om te concluderen dat hij zijn pensioenaanspraak heeft prijsgegeven. Dit nam echter niet weg dat de inspecteur juist had gehandeld, want het tijdsevenredige deel van het jaarlijkse pensioen was in 2013 vorderbaar en inbaar en werd daarom geacht te zijn genoten.
Bron: HR 8-2-2019

De toename van het aantal banen was het grootst in de branches kinderopvang en geestelijke gezondheidszorg (respectievelijk 7,1 en 7,4%). In de branche universitaire medische centra (UMC’s) was de stijging het kleinst (0,8%). Alleen in de branche sociaal werk waren er minder banen vergeleken met een jaar eerder (-2,6%).
De elektrische en elektronische industrie produceerde in december bijna 14% minder dan in december 2017. Ook de productie van de transportmiddelen, machine-, de farmaceutische en de chemische industrie kromp sterker dan gemiddeld in de totale industrie.
Een plastisch chirurg hield via een STAK alle aandelen in een bv. Bij de werkmaatschappij van die bv had hij een hypothecaire lening van € 225.000 en een rekeningcourantschuld van € 578.414. In zijn aangifte over 2010 was de rekeningcourantschuld niet vermeld. Voor de aangifte over 2011 vraagt zijn (toenmalige) adviseur een expliciete standpuntbepaling ten aanzien van een in de aangifte opgenomen voorziening. In die aangifte zijn de rekeningcourantschuld en de hypothecaire lening van de plastisch chirurg opgenomen. In januari 2017 legt de inspecteur een navorderingsaanslag op voor een verzamelinkomen van € 876.900, waarvan € 803.414 is aangemerkt als inkomen uit aanmerkelijk belang wegens een belaste uitdeling.
Dit heeft de staatssecretaris per brief aan de Tweede Kamer laten weten. Voor burgers gaan zijn gedachten uit naar een regeling waarin het VK voor een aantal aan te wijzen belastingwetten voor het lopende belastingjaar nog wordt beschouwd als deel uitmakend van de EU waardoor het huidige fiscale regime van toepassing blijft.
Een reeks amendementen was door de Tweede Kamer ingediend, waarvan drie zijn aangenomen. Een amendement van het Kamerliden Smeulders (GL) e.a. waarmee de voorgestelde verlenging van de maximale proeftijd bij een vast contract tot vijf maanden uit het wetsvoorstel wordt geschrapt, kreeg de steun van bijna de gehele Kamer (alleen FvD tegen). Vorige week was al duidelijk dat dit onderdeel van het wetsvoorstel niet de steun van de Tweede Kamer heeft.
Onderzoekers van TNO hebben geconstateerd dat burn-outklachten onder werknemers zijn gestegen van 11% in 2007 naar 16% in 2017. De cijfers zijn opgenomen in de Arbobalans 2018 die TNO onlangs heeft gepubliceerd. De tweejaarlijkse Arbobalans geeft een overzicht van de kwaliteit van arbeid, de werkgerelateerde gezondheid in Nederland en de ontwikkelingen hierin.
Het is de bedoeling dat de verruiming gaat gelden vanaf 1 januari 2020. Op dit moment mogen werkgevers tot 1,2% van de fiscale loonsom onbelast vergoeden of verstrekken. Dit percentage wordt verhoogd naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de loonsomn. Dit betekent dat werkgevers bij een loonsom van € 400.000 € 2.000 meer aan vrije ruimte in de werkkostenregeling krijgen. Voor het bedrag boven € 400.000 blijft het percentage van 1,2% gelden.
Afgesproken is onder meer een loonsverhoging in drie stappen: per 1 februari 2019 gaan de lonen omhoog met 3,5%, per 1 augustus 2019 volgt er dan nog een verhoging met € 58 bruto en per 1 januari 2020 een verhoging met € 116 bruto. Door de twee verhogingen met een vast bedrag gaan met name de werknemers in de lagere loonschalen en jongeren er extra op vooruit.
In deze zaak had een man één aandeel in een bv, waarvan hij directeur was. De man had zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een schuld van de bv en toen de bv vervolgens failliet ging, werd de man aansprakelijk gesteld. Hij voerde nog wel een vrijwaringsprocedure, maar die verloor hij. Vervolgens wilde de man de advocaatkosten en het verlies van de vrijwaringsprocedure aftrekken als ondernemingskosten. De inspecteur weigerde deze aftrek en het hof was het hiermee eens. Want hoewel de man ook nog een eenmanszaak dreef, waren de betreffende kosten gemaakt in het kader van zijn dienstbetrekking. En hoewel hij zich hoofdelijk aansprakelijk had gesteld voor een schuld van de bv, bleef hij werknemer van deze bv en kon hij de gemaakte kosten zodoende niet aftrekken als ondernemingskosten. Daarnaast oordeelde het hof dat er ook geen sprake was van negatief loon.