Voorgeschoten loonheffingen door dga informeel kapitaal

Op 1 december 2005 krijgt een man een ontslagvergoeding van zijn toenmalige werkgever van circa € 1 miljoen. Hij brengt de ontslagvergoeding in als stamrecht in een eigen bv. In 2014 wenst de dga gebruik te maken van de afkoopregeling voor stamrechten en daarna de bv te liquideren. Vanwege de slechte financiële positie van de bv besluit de man de verschuldigde loonheffingen uit privémiddelen te voldoen en boekt dit in rekening-courant. Dat doet de man ook met het netto bedrag van de stamrechtuitkering. Het saldo van de rekening-courantvordering van de dga op zijn bv wenste de dga als negatief resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen in box 1 te brengen, waardoor hij ook geen belasting hoefde te betalen over de stamrechtuitkering. In geschil bij Hof Den Haag is of de dga het bedrag van het stamrecht heeft genoten. Het hof stelt voorop dat de waarde van het stamrecht gesteld moet worden op het bedrag dat bij een derde zou moeten worden gestort om de aanspraak te kunnen dekken. De financiële positie van de bv is daarbij irrelevant. Volgens het hof moet bij het betalen van de loonheffingen in privé door de dga al duidelijk zijn geweest dat de bv dit bedrag nooit zou kunnen terugbetalen. Dit leidt tot de conclusie dat de door de dga betaalde loonheffingen kwalificeren informeel kapitaal is. Zou dit informeel kapitaal uit de rekening-courant worden gehaald, dan resteert een vordering. Vanwege deze vordering in rekening-courant van de bv op de dga heeft de man de stamrechtuitkering door verrekening van het nettobedrag volledig genoten, aldus het hof. De inspecteur heeft de stamrechtuitkering dan ook terecht in de belastingheffing betrokken.
Bron: Hof Den Haag 13-2-2019

NS-staking rond Schiphol beperkt door rechter

Alle reizigers staan buiten het conflict, maar de rechter vond specifiek voor Schiphol dat een algehele staking voor te grote problemen zou zorgen waardoor er grote chaos dreigde rond de luchthaven. De rechter riep de machinisten en conducteurs op om voor ogen te houden dat de treinen dinsdag niet worden gebruikt om ministers te vervoeren. ‘Maar om ervoor te zorgen dat het succes van de staking niet wordt overschaduwd door berichtgeving over de puinhoop die er rond Schiphol kan ontstaan.’
Op grond van art. 6 lid 4 van het Europees Sociaal Handvest (ESH) is een staking in principe rechtmatig. Art. 6 lid 4 ESH heeft volgens een arrest van de Hoge Raad uit 1986 rechtstreekse werking. Dit betekent dat voor het waarborgen van een doeltreffende uitoefening van het sociaal grondrecht op collectief onderhandelen, werkgevers en werknemers het recht hebben op collectief optreden in gevallen van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht.
De enige beperking ligt in art. G ESH. Dat artikel bepaalt dat een beperking op dit recht is toegestaan mits bij wet voorgeschreven en in een democratische samenleving noodzakelijk voor de bescherming van rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden. In Nederland vormt art. 6:162 BW de invulling van deze beperking ‘die bij de wet is voorgeschreven en in een democratische samenleving noodzakelijk is.’ Bij de aangekondigde NS-staking heeft de veiligheid dus zwaar gewogen in de afweging van de rechter.
Bron: Rb. Noord-Holland 26-05-2019

KIA niet lager door buitenvennootschappelijke investering

Een ondernemer participeerde samen met vijf anderen een maatschap. In 2013 investeerde de maatschap voor € 40.517 in bedrijfsmiddelen. Daarnaast investeerde de ondernemer zelf voor € 56.515 in een personenauto. In zijn aangifte inkomstenbelasting telde hij deze investeringen bij elkaar op, wat leidde tot een investeringsaftrek van € 15.470. Dit was in 2013 het maximale aftrekbedrag. Volgens de inspecteur had de ondernemer onjuist gehandeld, want hij stelde dat de afzonderlijke leden van de maatschap geen aanspraak konden maken op een hogere KIA dan wanneer er geen buitenvennootschappelijke investeringen zouden hebben plaatsgevonden. De inspecteur berekende de KIA op € 10.085.
Hof Den Bosch was het echter oneens met de inspecteur. Het hof oordeelde dat de ondernemer de investeringen bij elkaar mocht optellen, ook als dat betekende dat de ondernemer hierdoor een hogere – in dit geval zelfs de maximale – KIA mocht toepassen. De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van het hof. Volgens de Hoge Raad leidt de samentelling van de investeringen er niet toe dat een lid van een samenwerkingsverband geen aanspraak kan maken op het vaste bedrag van de KIA, ook als de aftrek zonder buitenvennootschappelijke investeringen lager was geweest.
Bron: Hoge Raad, 24-5-2019

Eerste Kamer stemt in met WAB

Het wetsvoorstel Arbeidsbalans in Balans wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere wetten. Het voorstel beperkt negatieve effecten van specifieke vormen van flexibele arbeid, zoals onzekerheid over werk en inkomen en afwenteling van kosten en risico’s, of maakt deze duurder en daardoor onaantrekkelijker. Ook beoogt het voorstel het aangaan van een vast contract aantrekkelijker te maken voor werkgevers, zodat voor werkenden meer perspectief op zekerheid ontstaat. Om dit te bereiken worden voorstellen gedaan om de wetgeving op het terrein van flexibele arbeid en het ontslagrecht te herzien. Bovendien wordt het aanbieden van een vast contract aantrekkelijker gemaakt door de WW-premie voor vaste contracten lager vast te stellen dan voor tijdelijke contracten.
In de door de Eerste Kamer aangenomen motie-Schalk wordt de regering verzocht bij gelegenheid van een volgend wetsvoorstel te formaliseren dat de f-grond, namelijk ontslag als gevolg van werkweigering in verband met gewetensbezwaar, geen onderdeel kan zijn van de cumulatiegrond.
In de motie-Van de Ven en Oomen-Ruijten wordt de regering verzocht voor de zomer 2019 te komen met de uitwerking van voorstellen voor nieuw zzp-beleid met een definitief tijdpad gericht op een adequate bescherming van de zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt en maatregelen gericht op het tegengaan van schijnzelfstandigheid.
Bron: EK 28-05-2019

Bij overheersende vennoot zijn andere ‘vennoten’ in dienst

Een vof had zestien vennoten, maar slechts één van hen had de feitelijke leiding over de vof. Deze vennoot was als enige bevoegd om namens de vof te handelen en te tekenen. Ook mocht alleen hij geld uitgeven c.q. ontvangen en samenwerkingsverbanden aangaan met derden. Verder hield deze vennoot toezicht op alle andere vennoten, die zich bij ziekte bij hem moesten afmelden, waarna hij voor vervanging zorgde. De anderen hadden ook geen zeggenschap over het toetreden van nieuwe vennoten.
De inspecteur stelde dat er sprake was van een schijnconstructie en de rechtbank was het met hem eens. Voor de aanwezigheid van een vof is vereist dat de vennoten op min of meer gelijkwaardige basis met elkaar samenwerken en dat was hier niet het geval. Daarom kwalificeerden de ondergeschikte vennoten niet als vennoot voor de inkomstenbelasting en was er feitelijk sprake van meerdere dienstbetrekkingen.
Bron: Rb. Noord-Nederland, 7-2-2019 (gepubl. 21-5-2019)

Ondanks tijdige melding betalingsonmacht toch aansprakelijk

Een man en zijn echtgenote wonen in het Verenigd Koninkrijk (VK). Beiden zijn dga van een in het VK opgerichte Limited. Deze Limited heeft de in haar verlies- en winstrekening opgenomen ‘directors fees’ niet in haar Nederlandse loonadministratie verantwoord. Ook heeft de Limited naast toepassing van de 30%-regeling op declaratiebasis onbelaste kostenvergoedingen uitbetaald voor ‘house- en living allowances’ aan de man en zijn vrouw. Na een boekenonderzoek heeft de Belastingdienst naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd, verhoogd met boeten en rente. De Limited heeft de aanslagen niet betaald en daarom heeft de ontvanger de man aansprakelijk gesteld voor de onbetaalde aanslagen. Voor Rechtbank Den Haag is in geschil of de aansprakelijkstelling terecht is. Van belang daarvoor is of de man bestuurder is van de Limited. Dit blijkt volgens de rechtbank uit de inschrijving in de Companies House (Kamer van Koophandel in het VK). Ook zijn er afschriften van ‘director’s reports’ bij de stukken van het geding waaruit blijkt dat de man bestuurder is geweest van de Limited. Hoewel de Limited een melding betalingsonmacht heeft gedaan, is deze niet rechtsgeldig, omdat bij opzet of grove schuld van het lichaam de bestuurder geen rechtsgeldige melding betalingsonmacht kan doen. Door aanzienlijke ontvangen beloningen niet in aangifte loonheffingen aan te geven en door andere inkomsten juist onder de 30%-regeling te brengen was sprake van grove schuld. Dat het lichaam feitelijk betalingsonmacht had gemeld of de Belastingdienst al langs een andere weg op de hoogte was van de betalingsonmacht, is dan niet relevant. De bestuurder kan alleen aan aansprakelijkheid ontkomen als hij duidelijk kan maken dat het niet betalen van de aanslagen hem niet valt te verwijten. De loonadministratie wordt verzorgd door een deskundig kantoor, dat is echter niet relevant. Uit de stukken blijkt namelijk niet dat een dergelijk kantoor om advies is gevraagd. Ook blijkt niet dat een dergelijk kantoor zich had uitgelaten over de voorwaarden voor het onbelast kunnen uitbetalen van de ‘director’s fees’ en kostenvergoedingen. Daarom is het aan de bestuurder te wijten dat niet rechtsgeldig kon worden gemeld.
Bron: Rb. Den Haag 21-3-2019 (gepubl. 27-5-2019)

AVG moet worden aangepast

Volgens de organisaties hebben de privacyregels – of de uitleg die de Autoriteit Persoonsgegevens eraan geeft – tot gevolg dat belangrijke zaken niet meer mogen of kunnen, zoals het tegengaan van ondermijning en de oprichting van een nationaal frauderegister.
De AVG is bedoeld om gebruik van persoonsgegevens én de regels daarvoor in de EU te harmoniseren. Een doelstelling waar het bedrijfsleven ferm achter staat. Vooral voor het mkb zijn de normen echter te vaag en is de wet veel te complex gebleken afgelopen jaar. VNO-NCW en MKB-Nederland pleiten daarom voor een veel steviger en duidelijker uitzonderingspositie in de AVG voor dat deel van het MKB dat alleen doorsnee dingen met gegevens doet. Tot die tijd vragen de organisaties de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), net als de Tweede Kamer in 2018 deed, het MKB te ontzien en duidelijk uit te spreken waar haar prioriteiten liggen.
Eén jaar AVG laat steeds scherper zien dat sprake is van onbalans tussen privacy en andere maatschappelijke belangen zoals het tegengaan van fraude of de veiligheid van werknemers. Zo is het nu moeilijk om in risicovolle werksituaties drugs- en alcoholcontroles te doen ten behoeve van de veiligheid.
Ook het voorkomen van fraude en ondermijning door de oprichting van een nationaal frauderegister, zoals dat in het VK al jaren met succes werkt, wordt bemoeilijkt door de toezichthouder en diens interpretatie van de AVG.
Zowel de uitvoeringswet als de interpretatie daarvan door de AP moet daarom worden aangepast, stellen de ondernemersorganisaties in de brief die zij vandaag naar de Tweede Kamer sturen.
Bron: VNO-NCW en MKB-Nederland, 23-5-2019

Bij verzwegen inkomsten geldt verlengde navorderingstermijn

Het ging in deze zaak om een echtpaar dat een nertsenfokkerij exploiteerde. Namens het echtpaar werd bij de Belastingdienst gemeld dat er sprake was van buitenlandse bank- en spaartegoeden. Zo was in 2008 een storting gedaan op de Luxemburgse bankrekening van het bedrijf. De stortingen waren gedaan na verkoop van nertsvellen op een beurs in het buitenland. De inspecteur legde vervolgens een navorderingsaanslag op, waarna Hof Den Bosch moest beoordelen of voor de verzwegen inkomsten de verlengde navorderingstermijn van toepassing was.
Het hof oordeelde dat dit inderdaad het geval was. Aangezien de inkomsten waren verkregen uit de verkoop op een beurs in het buitenland, was sprake van in het buitenland opgekomen inkomen. Hierop was de verlengde navorderingstermijn van toepassing, zodat de navorderingsaanslag gehandhaafd bleef.
Bron: Hof Den Bosch, 15-3-2019 (gepubl. 16-5-2019)

Ministerie SZW gaat uitzendregime evalueren

Het gaat om twee onderzoeken. Het eerste onderzoek richt zich op de praktijk van driehoeksrelaties en de functie van uitzenden. Het zal een nader beeld geven van de verschillende vormen.
Het tweede onderzoek heeft betrekking op het feitelijk gebruik en oneigenlijk gebruik van uitzenden. Daarvoor wordt gekeken naar de positie van uitzendwerknemers. De evaluatie zal uiterlijk in de zomer van 2020 naar de Tweede Kamer worden gestuurd.
Bron: Min. SZW, 15-5-2019 en ABU.nl, 17-5-2019

Gebruikersvergoeding privépand beperkt tot box 3-voordeel

Gebruikt een ondernemer een privévermogensbestanddeel, anders dan een auto, voor ondernemingsdoeleinden, dan mag hij daarvoor een gebruikerskostenvergoeding aftrekken. Maar deze aftrek is wel beperkt tot maximaal het forfaitair rendement van box 3 over dat vermogensbestanddeel. Hierbij hoeft de ondernemer overigens geen rekening te houden met zijn heffingsvrije vermogen. Bovendien mag de ondernemer een evenredig deel van de kosten aftrekken die normaal gesproken voor rekening van een huurder van het vermogensbestanddeel komen. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden biedt deze regeling geen ruimte voor meer aftrek. De zaak voor het hof is aangespannen door een vrouw, die in 2011 haar eenmanszaak heeft verplaatst naar een aantal van haar privépanden. Naast de gebruikersvergoeding wil de vrouw een fictieve huurvergoeding aftrekken voor de privépanden waarin zij haar eenmanszaak drijft. Het hof oordeelt dat de Belastingdienst de aftrek van deze fictieve huurvergoeding mag weigeren. Dat hier sprake is van een gedwongen verplaatsing van de onderneming, is geen reden om het aftrekrecht te verruimen.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 14-05-2019